
Analytische therapie is een vorm van psychotherapie die gebaseerd is op inzichten van Sigmund Freud en van Carl Jung. Zij legden de grondslag van de zogenaamde “dieptepsychologie”. De dieptepsychologie gaat er vanuit dat we ons van een groot deel van de psyche niet bewust zijn. Het is niet wat we ons bewust zijn, maar juist wat we ons niet bewust zijn; ons “onbewuste”, dat ons handelen in ons dagelijks leven bepaald. Een belangrijk uitgangspunt van de analytische psychologie is zelfontdekking.
Dit uitgangspunt van de Analytische therapie houdt in, dat echte verandering gebaseerd moet zijn op een innerlijke harmonie tussen belevings- en buitenwereld. Die verandering is alleen te bereiken door intuïtieve bewustwording van onbewuste ervaringen en belevingen. Niet de maatschappelijke aanpassing, maar de mens staat centraal. Een mens moet in harmonie zijn met zichzelf om vervolgens als evenwichtig mens in de samenleving te kunnen functioneren.
De Analytisch therapeut maakt gebruik van verschillende psychotherapeutische technieken uit uiteenlopende scholen.Door analyse van datgene dat zich aandient uit het onbewuste worden verschillende ervaringen geïntegreerd in het heden van de persoon. Er komt zicht op het persoonlijk thema dat achter de vragen, conflicten en concrete klachten ligt. Uiteindelijk zal een integratie(verbinding) van onbewuste gebieden met het bewuste deel van de psyche plaatsvinden. Er wordt gewerkt met gesprekstherapie, tekenen, actieve imaginatie en droomanalyse.